Moet België beginnende bestuurders verbieden om met krachtige auto’s te rijden? 🚗⚠️

Moet België beginnende bestuurders verbieden om met krachtige auto’s te rijden? 🚗⚠️

Ernstige ongevallen waarbij jonge bestuurders achter het stuur van zeer krachtige auto’s zitten, doen regelmatig dezelfde discussie oplaaien: moet worden verhinderd dat een onervaren bestuurder onmiddellijk met een voertuig van enkele honderden paardenkracht rijdt?

Frankrijk heeft onlangs het principe van zo’n beperking aangenomen. In België overweegt de federale minister van Mobiliteit om het debat hierover te openen. De maatregel lijkt misschien logisch, maar roept verschillende vragen op. Wie moet als een “jonge bestuurder” worden beschouwd? Wanneer is een auto te krachtig? En vooral: zou een dergelijk verbod het aantal dodelijke ongevallen werkelijk verminderen?

Wat heeft Frankrijk beslist?

Het Franse parlement heeft op 21 juli 2026 het zogenaamde wetsontwerp “RIPOST” definitief aangenomen.

De tekst bepaalt dat houders van een rijbewijs tijdens de proefperiode geen voertuig mogen besturen waarvan het motorvermogen een bij reglement vastgelegde grens overschrijdt.

Het zal hun eveneens verboden zijn om voor een dergelijk voertuig een kortlopende huurovereenkomst te sluiten. Ook verhuurders die de beperking niet naleven, kunnen worden bestraft.

Er zijn evenwel twee belangrijke nuances.

Ten eerste bepaalt de wet nog niet vanaf welk vermogen een auto als te krachtig zal worden beschouwd. In de pers werd een grens van 200 pk genoemd, maar die grens staat niet in de aangenomen tekst. Er moet dus nog een uitvoeringsbesluit komen.

Ten tweede is de wet vandaag nog niet van toepassing. De Franse Grondwettelijke Raad werd op 24 juli 2026 verzocht de wet te toetsen. De tekst moet deze toetsing nog doorstaan, worden afgekondigd en worden aangevuld met de noodzakelijke uitvoeringsregels.

Frankrijk heeft dus wel het principe van de beperking aangenomen, maar bestuurders kunnen op die grond momenteel nog niet worden bestraft.

👉 Lees de door het Franse parlement aangenomen tekst

Kan België het Franse voorbeeld volgen?

In België bestaat momenteel geen vermogensbeperking voor beginnende bestuurders.

Zodra iemand houder is van een geldig rijbewijs B, mag die persoon juridisch gezien elke auto besturen die tot deze categorie behoort, zelfs wanneer het voertuig enkele honderden paardenkracht heeft.

In de praktijk worden de voornaamste beperkingen doorgaans door verzekeringsmaatschappijen opgelegd. Zij kunnen:

  • weigeren om een jonge bestuurder voor een bijzonder krachtig voertuig te verzekeren;
  • een aanzienlijk hogere premie aanrekenen;
  • een verhoogde franchise toepassen;
  • bijzondere voorwaarden opleggen met betrekking tot de gebruikelijke bestuurder.

Federaal minister van Mobiliteit Jean-Luc Crucke heeft evenwel aangegeven dat hij de Franse maatregel onderzoekt en bereid is het debat hierover in België te openen.

Momenteel gaat het echter uitsluitend om een politieke denkoefening:

  • er is nog geen Belgisch wetsontwerp of wetsvoorstel ingediend;
  • er is nog geen vermogensgrens bepaald;
  • er is nog geen duur voor de beperking vastgesteld;
  • er is nog geen datum van inwerkingtreding aangekondigd.

Het is dan ook voorbarig om te stellen dat België krachtige auto’s binnenkort zal verbieden voor jonge bestuurders.

Wat is een “jonge bestuurder” volgens het Belgische recht?

Het begrip “jonge bestuurder” heeft geen uniforme juridische definitie.

In het dagelijkse taalgebruik en in verzekeringsovereenkomsten gaat het vaak om iemand jonger dan 23, 25 of 26 jaar. Elke verzekeringsmaatschappij kan evenwel haar eigen contractuele definitie hanteren.

In het Belgische verkeersstrafrecht is niet zozeer de leeftijd van belang, maar wel de rijervaring.

Artikel 38, § 5, van de wet van 16 maart 1968 voorziet in een bijzondere regeling voor iemand die minder dan twee jaar houder is van een definitief rijbewijs B.

Wanneer zo iemand wordt veroordeeld voor een met een motorvoertuig gepleegde overtreding waarvoor een verval van het recht tot sturen kan worden opgelegd, moet de rechter in principe:

  • het verval van het recht tot sturen uitspreken;
  • en het herstel in het recht tot sturen minstens afhankelijk maken van het slagen voor het theoretische of praktische rijexamen.

In bepaalde omstandigheden kan daarnaast of in de plaats daarvan een opleiding worden opgelegd.

Deze regel geldt ongeacht de leeftijd. Iemand die op 40-jarige leeftijd een rijbewijs behaalt, is gedurende de daaropvolgende twee jaar een beginnende bestuurder. Omgekeerd valt iemand van 21 jaar die al meer dan twee jaar houder is van een definitief rijbewijs niet langer onder deze bijzondere regeling.

Juridisch gezien zou het daarom nauwkeuriger zijn om over een “beginnende bestuurder” te spreken dan over een “jonge bestuurder”.

Welke definitie zou België moeten hanteren?

Indien België een nieuw strafbaar feit zou invoeren, lijkt het logisch om het criterium te hanteren dat reeds in de Belgische wetgeving bestaat: minder dan twee jaar houder zijn van een rijbewijs B.

Deze oplossing zou verschillende voordelen bieden:

  • zij is gebaseerd op onervarenheid en niet op leeftijd;
  • zij is objectief en gemakkelijk controleerbaar;
  • zij voorkomt dat bestuurders verschillend worden behandeld op grond van de leeftijd waarop zij hun rijbewijs behaalden;
  • zij sluit aan bij een begrip waarmee de rechtbanken reeds vertrouwd zijn;
  • zij verhoogt de voorzienbaarheid van de strafwet.

De wet zou evenwel de situatie van houders van een voorlopig rijbewijs, buitenlandse rijbewijzen, het precieze aanvangspunt van de termijn en eventuele professionele of familiale uitzonderingen moeten regelen.

In het strafrecht volstaat een vaag begrip als “jonge bestuurder” niet. De betrokken personen, de verboden voertuigen en de toepasselijke sancties moeten nauwkeurig worden omschreven.

Lopen jonge bestuurders werkelijk meer risico?

Ja. Belgische en internationale statistieken tonen duidelijk aan dat jonge en onervaren bestuurders oververtegenwoordigd zijn bij verkeersongevallen.

Volgens de gegevens van Vias en Statbel is er bij auto-inzittenden een duidelijke piek van slachtoffers in de leeftijdsgroep van 20 tot 24 jaar. Dit verschijnsel is veel sterker uitgesproken bij mannen dan bij vrouwen.

Uit een uitvoerige studie van Vias blijkt dat een man van 19 jaar:

  • ongeveer 1,5 keer meer risico loopt om bij een letselongeval betrokken te raken dan een vrouw van dezelfde leeftijd;
  • bij ernstige ongevallen ongeveer 2,6 keer meer risico loopt.

De beschikbare gegevens tonen ook aan dat jonge bestuurders oververtegenwoordigd zijn bij eenzijdige ongevallen, zoals het verlaten van de rijbaan, controleverlies of een botsing met een boom, paal of ander obstakel.

Tussen 2013 en 2022 was 19% van de bij een ongeval betrokken mannelijke automobilisten tussen 18 en 24 jaar betrokken bij een eenzijdig ongeval. Bij bestuurders tussen 25 en 64 jaar bedroeg dit aandeel ongeveer 10%.

👉 Lees het statistische rapport van Vias over de verkeersongevallen in 2024

Waarom lopen vooral jonge mannen een groter risico?

Veralgemeningen moeten worden vermeden: uiteraard is niet elke jonge bestuurder gevaarlijk. Verschillende objectieve factoren verklaren evenwel hun statistische oververtegenwoordiging.

Gebrek aan ervaring

Autorijden vereist meer dan alleen kennis van de Wegcode. Een bestuurder moet ook gevaren snel kunnen herkennen, het gedrag van andere weggebruikers kunnen voorspellen en gepast kunnen reageren op onverwachte situaties.

Een beginnende bestuurder kan:

  • een gevaar later opmerken;
  • snelheid of afstand minder nauwkeurig inschatten;
  • de verdere ontwikkeling van een situatie minder goed voorspellen;
  • te bruusk reageren wanneer het voertuig grip verliest;
  • in paniek raken of een stuurfout verergeren.

Technische beheersing en risicoperceptie worden geleidelijk door ervaring verworven.

Een nog onvolledig besef van de eigen grenzen

Bij sommige jonge bestuurders, en in het bijzonder bij sommige jonge mannen, kan onervarenheid gepaard gaan met een overschatting van de eigen vaardigheden.

Onderzoek wijst onder meer op een hogere frequentie van bepaalde gedragingen:

  • overdreven of onaangepaste snelheid;
  • sensatiezoekend gedrag;
  • beïnvloeding door passagiers;
  • rijden tijdens de nacht;
  • afleiding door de mobiele telefoon;
  • alcohol- of drugsgebruik;
  • overdreven vertrouwen in de elektronische rijhulpsystemen.

Vias stelt vast dat snelheid vaker een ongevalsfactor is wanneer de bestuurder jonger is dan 25 jaar. Hoe jonger de bestuurder, hoe sterker dit verband, vooral bij mannen.

Het gaat dus niet uitsluitend om persoonlijke maturiteit. Het risico ontstaat door een combinatie van leeftijd, onervarenheid, rijomstandigheden en gedrag.

Waarom kan een krachtige auto het gevaar vergroten?

Een krachtige auto veroorzaakt niet automatisch een ongeval. Hij kan de foutenmarge van een onervaren bestuurder echter aanzienlijk verkleinen.

Met zo’n auto kan men:

  • binnen enkele seconden een zeer hoge snelheid bereiken;
  • accelereren op een manier die moeilijk te beheersen kan zijn;
  • bruusk de grip op de weg verliezen;
  • een bocht te snel ingaan zonder dit onmiddellijk te beseffen;
  • een gewone stuurfout in een bijzonder ernstig ongeval doen eindigen.

De kwestie beperkt zich niet tot de maximale snelheid. Een zwaar elektrisch voertuig kan een zeer hoog vermogen en onmiddellijk koppel leveren, wat tot uitzonderlijk snelle acceleraties leidt.

Een regeling die uitsluitend op het aantal paardenkracht is gebaseerd, dreigt dan ook te simplistisch te zijn. Ook de verhouding tussen vermogen en gewicht, de acceleratie en andere technische kenmerken zouden in aanmerking moeten worden genomen.

Argumenten vóór een beperking

Een tijdelijke beperking kan verschillende voordelen bieden:

  • bestuurders beschermen tijdens de periode waarin zij de minste ervaring hebben;
  • snelheidsgerelateerde ongevallen en controleverlies verminderen;
  • verhinderen dat een beginnende bestuurder occasioneel een bijzonder krachtig voertuig huurt;
  • ouders en eigenaars responsabiliseren wanneer zij hun voertuig ter beschikking stellen;
  • een geleidelijke toegang invoeren, zoals dat al voor motorfietsen bestaat;
  • duidelijk maken dat het behalen van een rijbewijs niet betekent dat iemand het autorijden al volledig beheerst.

De Italiaanse ervaring is bijzonder relevant. Een econometrische studie naar de vermogensbeperking voor jonge Italiaanse bestuurders concludeerde dat de maatregel leidde tot:

  • een vermindering van ongeveer 13% van de kans om een ongeval te veroorzaken;
  • een vermindering van ongeveer 28% van de kans om een dodelijk ongeval te veroorzaken.

De vastgestelde vermindering was voornamelijk toe te schrijven aan minder snelheidsgerelateerde ongevallen.

👉 Lees de studie over de Italiaanse ervaring

Argumenten tegen een beperking

De maatregel heeft ook beperkingen.

Volgens een eerste analyse van Vias zijn zeer krachtige auto’s slechts bij een klein deel van de ongevallen met jonge bestuurders in België betrokken.

Vermogen is bovendien niet de enige bron van gevaar. Ook een relatief bescheiden auto kan een dodelijke snelheid bereiken. Alcohol, drugs, mobiele telefoons, vermoeidheid en het gedrag van de bestuurder blijven essentiële factoren.

Ook andere praktische problemen moeten worden onderzocht:

  • een gezin dat slechts één krachtige auto bezit, zou mogelijk een tweede voertuig moeten kopen;
  • een jongere zou de gezinswagen niet mogen gebruiken;
  • voor bepaalde beroepen moet een specifiek voertuig worden bestuurd;
  • een beperking die uitsluitend op vermogen is gebaseerd, kan elektrische voertuigen op een onaangepaste manier behandelen;
  • een oudere en minder veilige auto kan onder de grens blijven, terwijl een veiliger modern voertuig de grens overschrijdt;
  • het identificeren en controleren van verboden voertuigen kan ingewikkeld zijn.

Een beperking mag ten slotte niet de indruk wekken dat een minder krachtige auto noodzakelijk veilig is. Overdreven snelheid blijft gevaarlijk, ongeacht het motorvermogen.

Mijn standpunt

In mijn praktijk als advocate gespecialiseerd in het verkeersrecht word ik regelmatig geconfronteerd met de menselijke gevolgen van ernstige ongevallen.

Helaas zijn er situaties waarin zeer jonge mannen om het leven komen, of de dood van hun passagiers veroorzaken, terwijl zij een auto besturen waarvan zij de reacties nog niet volledig beheersen.

Het zijn niet noodzakelijk jonge “wegpiraten”. Het kan gaan om jongeren die voor hun rijexamen zijn geslaagd, denken dat zij kunnen rijden, maar nog niet de ervaring hebben opgedaan die nodig is om hun eigen grenzen te herkennen.

Een te krachtige acceleratie, een bocht die te snel wordt genomen of een onaangepaste reactie kan dan onomkeerbare gevolgen hebben.

Ik ben daarom voorstander van een debat over een geleidelijke toegang tot de krachtigste voertuigen. Een dergelijke maatregel lijkt mij gerechtvaardigd tijdens de eerste twee jaar na het behalen van een definitief rijbewijs B.

De maatregel mag echter niet op zichzelf staan. Om werkelijk doeltreffend en evenredig te zijn, moet hij gepaard gaan met:

  • een betere opleiding in het herkennen van gevaren;
  • sensibilisering rond controleverlies over het voertuig;
  • een nauwere opvolging van overtredingen tijdens de eerste jaren;
  • gerichte controles op snelheid, alcohol, drugs en gsm-gebruik;
  • duidelijk omschreven uitzonderingen voor bepaalde familiale en professionele situaties;
  • een wetenschappelijke evaluatie na enkele jaren.

De beperking moet ook gebaseerd zijn op relevante technische criteria, zoals de verhouding tussen vermogen en gewicht en de acceleratie, en niet uitsluitend op het aantal paardenkracht.

Een nuttige maatregel, maar geen mirakeloplossing

Het verhoogde risico bij beginnende bestuurders is wetenschappelijk aangetoond. Ook de oververtegenwoordiging van jonge mannen bij ernstige ongevallen en controleverlies is goed gedocumenteerd.

Het is dan ook gerechtvaardigd om zich af te vragen of iemand die pas een rijbewijs heeft behaald, onmiddellijk een auto met enkele honderden paardenkracht moet mogen besturen.

Een tijdelijke beperking kan levens redden. Zij zal echter nooit een degelijke opleiding, preventie, controles en individuele verantwoordelijkheid vervangen.

De echte vraag is misschien niet of jonge bestuurders in staat zijn om met een krachtige auto te rijden, maar wel of het redelijk is om hun onmiddellijk een voertuig toe te vertrouwen dat vrijwel geen foutenmarge laat.

Wordt u vervolgd voor een verkeersovertreding of werd u het slachtoffer van een verkeersongeval? U kunt contact met mij opnemen voor een nauwkeurige analyse van uw situatie.